Verkeer & openbare werken : Wet inzake de verkeersveiligheid : Zware overtredingen eerste graad


Zware overtredingen eerste graad

Zware overtredingen eerste graad

  • Onmiddellijke inning van 150 EUR
  • Geldboete rechtbank : 275 EUR tot 1.375 EUR
  • Mogelijke intrekking van het rijbewijs = facultatief voor de rechter

1. De maximum toegestane snelheid met meer dan 10 en minder dan 20 km hebben overschreden – behalve in zones 30,  woonerven en schoolomgevingen (zwaarder bestraffing)
   
   
   
   
   
   
   
   
   

2. Geen controle hebben over zijn voertuig of niet in staat zijn alle nodige bewegingen uit te voeren
3. Met een onaangepaste snelheid te hebben gereden
4. De veiligheidsafstanden niet in acht hebben genomen
5. De normale beweging van de andere weggebruikers gehinderd hebben door met een abnormaal lage snelheid te hebben     gereden of onnodig plots te remmen
6. Aangespoord te hebben tot overdreven snel rijden
7. Niet vertraagd of gestopt te hebben bij het naderen van dieren die zich op de openbare weg bevinden
8. Ingehaald te hebben op een overweg gesignaleerd door verkeersbod A45 of A47
9. Gereden te hebben op een weg voorbehouden voor voetgangers, fietsers en ruiters met een voertuig dat aldaar geen             toegang heeft.
10. Gereden of geparkeerd te hebben in een voetgangerszone zonder daartoe gemachtigd te zijn
11. Een voertuig laten stilstaan of parkeren:
  • Op de trottoirs en, binnen de bebouwde kommen op de verhoogde bermen behoudens plaatselijke reglementering
  • Op de fietspaden
  • Op de overwegen
  • Op de oversteekplaats voor voetgangers
  • Op de oversteekplaats voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen
  • Op de rijbaan op minder dan 5 meter voor deze oversteekplaatsen
  • Op de rijbaan in de onderbruggingen
  • In de tunnels
  • Onder de bruggen behoudens plaatselijke reglementering
  • Op de rijbaan nabij de top van een helling en in een bocht wanneer het zicht onvoldoende is
12. Een voertuig geparkeerd te hebben:
  • Op een autobus- of tramhalte
  • Op plaatsen waar de voetgangers, de fietsers en de bestuurders van tweewielige bromfietsen op de rijbaan moeten komen om omheen een hindernis te gaan of te rijden
  • Op de plaatsen waar de doorgang van spoorvoertuigen zouden worden belemmerd
13. Geparkeerd te hebben op een parkeerplaats voorbehouden voor mensen met een handicap zonder de speciale kaart te hebben geplaatst op de binnenkant van de voorruit of, als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het voertuig.
14. Ingeval van verkeersbelemmering in de gevolgde richting zich op een oversteekplaats voor voetgangers hebben begeven en daar tot stilstand zijn gekomen.
15. Het kentekenbewijs niet aan boord van het voertuig hebben.
16. De kentekenplaat niet terugsturen binnen de opgelegde termijnen.
17. De bepalingen betreffende de inschrijving “proefritten? niet nageleefd hebben
18. Het vignet niet aangebracht te hebben op de “proefrittenplaat?
19. Het vignet niet aangebracht hebben op de “handelaarsplaat?
20. De voorschriften betreffende de “handelaarsplaten? niet nageleefd te hebben
21. De “proefrittenplaat? of “handelaarsplaat? niet te hebben teruggestuurd binnen de wettelijke termijnen, bij beëindiging van        de uitoefening van deze activiteit of wanneer de houder niet meer verzekerd is.