|
|
|
|
Zware overtredingen tweede graad
Zware overtredingen tweede graad
- Onmiddellijke inning van 175 EUR
- Geldboete op de rechtbank van 275 EUR tot 2.750 EUR
- Intrekking rijbewijs : facultatief
1. De toegestane snelheid overschreden te hebben:
- Met meer dan 10 en minder dan 20 Km/uur, de toegestane snelheid in de zones 30, in de woonerven en in de schoolomgevingen
- Met meer dan 20 km per uur en minder dan 40 Km per uur, de maximumsnelheid die hetzij algemeen van aard is, hetzij bepaald is door signalisatie of door de categorie van het voertuig.
2. Gebruikmaken van de links gelegen rijbaan op de openbare wegen waarvan de rijbanen duidelijk van elkaar gescheiden zijn en dit gebruik niet is toegestaan (Art 9.2) 3. Niet in acht hebben genomen :art 12, 38, 39, 5 en verkeersborden B1 of B5 en 61.1.5°
- De voorrangsregels
- Voorrang verlenen aan prioritaire voertuigen
- Binnen de bebouwde kom, voorrang voor bussen ter hoogte van hun halteplaats
4. Niet in acht hebben genomen: art 15.1, 15.2, 15.3.5 en verkeersbord B19
- De regels betreffende het kruisen
- Het verkeersbord B 19
5. Een bestuurder links ingehaald te hebben die te kennen had gegeven dat hij voornemens was links af te slaan of zijn voertuig op te stellen aan de linkerkant van de openbare weg en die zich reeds naar links begeven had om deze beweging uit te voeren (Art 16.3) 6. Links ingehaald te hebben wanneer de bestuurder de tegemoetkomende weggebruikers niet van ver genoeg kon opmerkenDe verkeersborden C35 en C39 niet in zacht genomen hebben.Bij het ingehaald worden, de snelheid verhoogd hebben of niet zo rechts mogelijk gereden hebben 7. Een spoorvoertuig links ingehaald of gekruist te hebben wanneer dit inhalen of kruisen verboden was. 8. De afstand tussen de voertuigen onderling niet in acht genomen hebben. 9. Bij richtingsverandering:
- Het normaal verkeer van de andere bestuurders in gevaar hebben gebracht
- De tegenliggers gehinderd hebben
- Aan het normaal verkeer van de andere weggebruikers geen voorrang verleend hebben.
10. Een voetganger, een fietser of een bestuurder van een tweewielige bromfiets in gevaar gebracht hebben tijdens het inhalen van een voertuig dat nadert of stopt voor een oversteekplaats voor voetgangers of een oversteekplaats voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen. 11. Een voetganger in gevaar gebracht hebben :
- Bij een richtingsverandering
- In woonerven en erven
- In voetgangerszones
- In speelstraten
- Gedragsregels inzake veiligheid ten aanzien van voetgangers
- De verkeerslichten voor voetgangers niet in acht nemen
- Zijn snelheid niet gematigd hebben bij het rijden langs een voertuig bestemd voor het gemeenschappelijk vervoer dat stilstaat om de reizigers te laten in- of uitstappen, of de reizigers gehinderd hebben bij het in- of uitstappen.
12. Zich op een overweg begeven hebben wanneer dit verboden was. 13. Op een weg voorbehouden voor voetgangers, fietsers en ruiters elkaar gehinderd of elkaar in gevaar gebracht hebben 14. Gereden hebben met een motorvoertuig, een sleep, zonder verlichting vooraan of achteraan, wanneer het gebruik van de lichten verplicht was. 15. Zijn snelheid niet geminderd hebben of, zo nodig gestopt hebben, wanneer de bestuurder van een voertuig voor schoolvervoer, door gebruik van alle richtingsaanwijzers aangeeft dat de kinderen gaan op- of uitstappen. 16. Een fietser of een bestuurder van een bromfiets in gevaar hebben gebracht. 17. Een militaire colonne, een groep scholieren, een stoet, een wielerwedstrijd of elke andere beoogde groep doorbroken hebben. 18. De algemene voorschriften inzake lading niet in acht genomen hebben 19. Een rood of een vast oranjegeel licht niet in acht genomen hebben 20. Een witte of oranje doorlopende streep tussen de twee rijstroken overschreden hebben. 21. Een voertuig in het verkeer hebben gebracht dat niet is ingeschreven en niet de kentekenplaat draagt die bij de inschrijving werd toegekend. 22. Handelingen uitgevoerd hebben op de kentekenplaten of ze overdekt hebben 23. De leesbaarheid van de kentekenplaat geschaad hebben.
|
|
|