Grasmaaisel of snoeiafval in de natuur dumpen, is ook sluikstorten - net als wanneer je ander afval zou achterlaten op het openbaar domein. Dit kan geverbaliseerd worden door politie en natuurinspectie, en kan leiden tot herstelmaatregelen en boetes.
Gooi je 'natuurlijk' afval dus niet weg in de natuur, maar
- Composteer het thuis,
- Geef het mee met de ophaling van gft of snoeihout
- Of breng het naar het recyclagepark.
Waarom (niet)?
Sluikstorten in de natuur heeft verschillende negatieve effecten op het milieu en de biodiversiteit:
- Verspreiding van invasieve plantensoorten: Tuinafval kan zaden, wortelresten of plantdelen bevatten van niet-inheemse of invasieve plantensoorten zoals Bamboe, Japanse duizendknoop, Amerikaanse vogelkers, laurierkers en bonte gele dovenetel. Wanneer deze planten in de natuur terechtkomen, kunnen ze zich verspreiden en inheemse plantensoorten verdringen. Er ontstaan monotone vegetaties van tuinplanten, en de inheemse soorten verdwijnen. Dat brengt de hele biodiversiteit in problemen: aan deze inheemse kruidlaag zijn immers heel wat soorten planten en dieren gebonden. Invasieve tuinplanten kunnen ook de verjonging van bomen moeilijk of onmogelijk maken en zo het voortbestaan van het bos op langere termijn in gevaar brengen.
- Overbemesting: Verrijking van de bodem zorgt ervoor dat concurrentiekrachtige ruigteplanten zoals bramen en netels zullen meer gaan woekeren. Het aanrijken van de bodem kan ook leiden tot onevenwicht van voedingsstoffen in de bodem en zo tot verzuring van de bosbodem, zodat verschillende planten en dieren minder goed kunnen overleven.
- Verminderde luchtcirculatie en lichtdoorlaatbaarheid: Composthopen verstikken de wilde kruiden en jonge zaailingen in het bos, en kunnen – waar ze tegen bomen liggen – zorgen voor het versneld aftakelen van bomen. Dat leidt niet zelden tot wortelrot en risico’s voor de veiligheid en schade aan omliggende eigendommen.